Penetratietesten zijn al decennia de gouden standaard voor het beoordelen van cybersecurity. Een ethisch hacker probeert uw systemen te kraken, schrijft een rapport en u lost de gevonden kwetsbaarheden op. Klaar — tot de volgende pentest over een jaar. Maar in een wereld waar dreigingen dagelijks veranderen en de mens de zwakste schakel is, schiet deze aanpak tekort.
De evolutie van security assessment beweegt van statische momentopnamen naar continue gedragsanalyse. Van het testen van technische systemen naar het begrijpen van menselijk gedrag. Dit is niet het einde van de pentest, maar het begin van iets beters.
De pentest: waardevol maar beperkt
Laten we duidelijk zijn: penetratietesten zijn waardevol. Ze onthullen technische kwetsbaarheden die anders onopgemerkt zouden blijven. Een goede pentest laat zien hoe een aanvaller uw netwerk kan binnendringen, privileges kan escaleren en bij gevoelige data kan komen.
Maar een pentest heeft fundamentele beperkingen:
- Het is een momentopname — De resultaten zijn geldig op het moment van testen. Een week later kan een nieuwe kwetsbaarheid zijn geïntroduceerd door een software-update, configuratiewijziging of nieuwe applicatie.
- De scope is beperkt — Een pentest focust doorgaans op technische systemen binnen een afgebakende scope. Het menselijke element — medewerkers die op phishing-links klikken of wachtwoorden hergebruiken — valt vaak buiten beeld.
- De frequentie is te laag — De meeste organisaties voeren jaarlijks een pentest uit. In een dreigingslandschap dat dagelijks verandert, is dat als één keer per jaar naar de huisarts gaan terwijl u chronisch ziek bent.
- Het rapport belandt in een la — Te vaak worden pentest-rapporten geproduceerd, gepresenteerd en vervolgens vergeten. Zonder follow-up en verificatie is de waarde beperkt.
Technische vs. menselijke kwetsbaarheden
Het Verizon Data Breach Investigations Report laat jaar na jaar hetzelfde beeld zien: meer dan 80% van succesvolle cyberaanvallen heeft een menselijke component. Een medewerker die op een link klikt, inloggegevens deelt, een USB-stick inplugt of een verdacht verzoek niet herkent.
Traditionele pentests richten zich primair op de technische kant: firewalls, netwerkconfiguraties, applicatiekwetsbaarheden. De menselijke factor wordt hooguit getest via een eenmalige phishing-simulatie die meer een checkbox-exercitie is dan een serieuze assessment.
De realiteit is dat technische beveiliging en menselijk gedrag onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. De beste firewall ter wereld helpt niet als een medewerker zijn wachtwoord op een post-it plakt of een aanvaller vrijwillig toegang verleent via social engineering.
Continuous assessment: van foto naar film
De oplossing is niet meer pentests maar een fundamenteel ander paradigma. Continuous security assessment vervangt de jaarlijkse momentopname door een doorlopend proces van meten, analyseren en bijsturen.
In de praktijk betekent dit:
- Geautomatiseerde kwetsbaarheidsscans die dagelijks of wekelijks draaien en direct waarschuwen bij nieuwe risico's
- Continue phishing-simulaties die niet één keer per jaar plaatsvinden maar doorlopend, met toenemende complexiteit
- Gedragsmeting die laat zien hoe medewerkers omgaan met beveiligingsrichtlijnen in hun dagelijkse werk
- Real-time dashboards die het actuele risiconiveau van de organisatie weergeven, niet de status van zes maanden geleden
Het verschil is als dat tussen een foto en een film. Een foto toont één moment; een film laat patronen, trends en veranderingen zien. Voor effectieve cybersecurity heeft u de film nodig.
De Nexus-7 Q-Method: gedrag meten, risico's begrijpen
Bij Nexus-7 hebben we de Q-Method ontwikkeld — een methodiek die technische assessment combineert met diepgaande gedragsanalyse. De Q-Method gaat verder dan de vraag "kunnen we inbreken?" en stelt de fundamentelere vraag: "hoe gedragen mensen zich ten opzichte van cybersecurity?"
De Q-Method meet niet alleen of medewerkers op een phishing-link klikken, maar ook:
- Hoe medewerkers omgaan met wachtwoordbeleid en authenticatie
- Of en hoe beveiligingsincidenten worden gemeld
- Hoe snel en adequaat wordt gereageerd op verdachte situaties
- Welke afdelingen, rollen of locaties het hoogste risicoprofiel hebben
- Hoe beveiligingsbewustzijn zich ontwikkelt over tijd
De resultaten worden vertaald naar een concreet risicoprofiel per afdeling en per gedragscategorie. Geen abstract rapportcijfer maar actionable inzichten: "afdeling X scoort hoog op phishing-bewustzijn maar laag op wachtwoordhygiëne; afdeling Y meldt incidenten niet tijdig."
Van compliance-checkbox naar echte weerbaarheid
Veel organisaties behandelen security assessments als een compliance-verplichting: iets dat moet worden afgevinkt om aan regelgeving te voldoen. De jaarlijkse pentest, het ISO 27001-certificaat, de NIS2-compliance check — het worden ritualistische exercities die weinig bijdragen aan de daadwerkelijke weerbaarheid.
Echte weerbaarheid ontstaat wanneer security assessment geen jaarlijks evenement meer is maar een continu proces dat is ingebed in de dagelijkse bedrijfsvoering. Wanneer medewerkers niet bang zijn voor de jaarlijkse phishing-test maar doorlopend worden getraind en ondersteund. Wanneer het management niet een keer per jaar een rapport ontvangt maar real-time inzicht heeft in het risicoprofiel.
De evolutie van pentest naar gedragsanalyse is geen vervanging maar een verrijking. Technische assessments blijven waardevol, maar ze worden effectiever wanneer ze worden gecombineerd met continue gedragsmeting en een cultuur van beveiligingsbewustzijn.
Nexus-7 helpt organisaties deze transitie te maken — van periodieke snapshots naar continue inzichten, van technische checklists naar gedragsgestuurde security, van compliance op papier naar weerbaarheid in de praktijk.